Waarom DXF nèt geen open standaard is

De afkorting DXF staat voor Drawing Exchange Format. De ‘D’ kan wat misleidend zijn, omdat DXF in de praktijk vooral wordt gebruikt om ‘schone’ 2D‑ en 3D‑geometrie uit te wisselen tussen verschillende systemen. Het staat inmiddels los van het idee van het overbrengen van een ‘tekening’. Dat is iets wat tegenwoordig met PDF wordt gedaan. Het DXF uitwisselingsformaat stamt uit de jaren ’80. Anno nu speelt het nog steeds een belangrijke rol in de bouw. Maar die rol is een ‘underdog’ in vergelijking met grote broer IFC. Het is wel het succes van een relatief laagdrempelig schema en de praktische toepassingen. Tegelijk kent het een kwetsbaarheden. Daarover gaat deze blog.

Het ontstaan van DXF

DXF werd in de jaren ’80 ontwikkeld om tekeningen uit te wisselen tussen CAD systemen. In die tijd konden niet veel systemen overweg met het DWG formaat dat toen nog vooral door Autodesk werd beheerd. Het format is dus vanaf het begin bedoeld om de interoperabiliteit te bevorderen.

DXF wordt in de praktijk nu ingezet voor andere taken dan tekenwerk. Het DXF bestandsformaat geeft een aansluiting met engineeringprocessen: CAM/CNC en met GIS beheerssystemen. Met name de infrasector is een belangrijke pijler geworden voor operationele processen waarin snelheid en compatibiliteit belangrijker zijn dan semantiek. Toepassing zijn er te vinden in de weg- en waterbouw en staalbouw.

Grondmodellen

Bij grondmodellen worden DXF‑bestanden vooral gebruikt om 2D lijnen door te geven (kruin en insteek) of om 3D volumemodellen te genereren. Ontgravingen en ophogingen kunnen naar meetapparatuur en GPS‑gestuurde systemen gestuurd worden. Landmeters en uitvoerders gebruiken deze geometrie om referentielijnen, hoogtes en profielen in het veld uit te zetten.

Weginrichting

Vanuit wegontwerp worden aslijnen, kantstroken, markeringen en objectposities zoals lichtmasten vaak als DXF geëxporteerd en ingelezen in machines. Bijvoorbeeld met de Heijmans Robot Plotter op de afbeelding hiernaast.

Staalbouw

CNC‑machines accepteren DXF als invoerformaat voor het lasersnijden, ponsen en boren van platen en profielbewerkingen. De eenvoudige structuur maakt directe aansturing van productielijnen mogelijk.

Het DXF formaat heeft dus een aantal sterke punten. Het wordt breed ondersteund door allerlei software en systemen. Naast een binair format kan het ook als tekst worden weggeschreven zodat het voor de mens leesbaar is. Dit maakt het technisch geschikt om te archiveren en te analyseren.

Beperkingen van het DXF-formaat

Toch heeft het DXF-formaat ook zo zijn beperkingen. Het kan bijvoorbeeld maar beperkt overweg met semantiek en metadata. Daarnaast is de ondersteuning voor complexe 3D-vormen niet bepaald sterk. Vrije vormen, zoals je die in moderne 3D CAD-software kunt ontwerpen, zijn lastig goed op te slaan in DXF.

Ook is er door de jaren heen een wirwar aan versies ontstaan. Dat komt deels door het ‘juridische karakter’ van het formaat en het ontbreken van een centrale beheersorganisatie. Hoewel Autodesk het formaat beheert, kunnen er wijzigingen en uitbreidingen worden doorgevoerd zonder dat oudere versies netjes ondersteund blijven.

Daarom wordt DXF versie R12 (in ASCII-formaat) vaak gezien als de meest betrouwbare keuze voor duurzame opslag en uitwisseling van geometrie. Nieuwere versies bieden wel meer mogelijkheden, maar brengen ook risico’s met zich mee: niet alle software ondersteunt die extra functies even goed.

Kort gezegd: bij DXF geldt een beetje het principe “garantie tot aan de deur”  en opvallend genoeg, hoe ouder (en simpeler) de versie, hoe betrouwbaarder die vaak is.

Tussen wal en schip

Het blijft eigenlijk best vreemd: we werken als bouwers met DXF alsof het een officiële standaard is, terwijl dat helemaal niet zo is. Een echte open standaard zou logischer zijn; die zorgt immers voor betere uitwisselbaarheid, open deelname en meer zekerheid. DXF hangt nu een beetje tussen wal en schip. Technisch gezien is het open en bruikbaar, maar qua organisatie en beheer is het rommelig geregeld. Er is geen publieke norm, geen onafhankelijke instantie die het bewaakt, en organisaties zoals ISO, NEN of W3C hebben er niets mee.

Onder controle van Autodesk

Toch wordt DXF steeds meer gebruikt. Hoe kan dat? De status van DXF blijft lastig te plaatsen, omdat het dagelijkse gebruik niet goed aansluit op hoe het formeel en juridisch in elkaar zit. Autodesk heeft nog steeds het intellectueel eigendom. Nieuwe, deels ongepubliceerde definities in de specificatie zorgen bovendien voor risico’s en mogelijke vervuiling van wat als ‘standaard’ wordt gezien. De specificatie is wel openbaar gemaakt, maar blijft volledig onder controle van Autodesk en kan op elk moment worden aangepast. Er is ook geen open‑source licentie. De ruimte voor anderen om DXF te implementeren is dus vooral gebaseerd op gedoogbeleid en beschikbare documentatie, niet op een formeel recht. Ik ben geen jurist, maar ik zou wel voorzichtig zijn als je iets wilt bouwen dat hier volledig op leunt

DXF is een ‘de-facto open standaard, maar er ontbreekt een juridische basis zoals dat bij IFC beter geregeld is. Voor interoperabiliteit werkt het goed; voor duurzame archivering is het ongeschikt vanwege het ontbreken aan een beheersorganisatie.

Forum Standaardisatie

In de Nederlandse context speelt het Forum Standaardisatie een belangrijke rol. Hoewel DXF zelf niet als open standaard is opgenomen, bestaan er sectorale standaarden zoals NLCS, die afspraken maken over tekenconventies, metadata en lagenstructuren. Deze worden in de GWW‑sector breed toegepast en kunnen zelfs de status ‘verplicht’ krijgen binnen de rijksdienst. NLCS lost echter (nog) niet het probleem van het onderliggende bestandsformaat op: het is een afsprakenstelsel bovenop (meestal) DWG of DXF.

Conclusie

Zelf denk ik dat de bouw gebaat is bij een duurzame oplossing voor ‘openCAD’, dat aansluiting vind op OpenBIM. Een pleidooi voor het formaliseren van een wereldwijde, genormaliseerde format voor uitwisseling van CAD geometrie. Vanuit de organisatie buildingSMART (international) zou deze handschoen opgepakt kunnen worden.

Over de auteur

Naast zijn inzichten over DXF deelt Hans Lammerts binnenkort zijn expertise in een nieuwe e-learning over Vlaamse Geodata. Houd de website van Hans in de gaten om als eerste aan de slag te gaan met deze praktische training.

Lammerts Engineering – Trainingen, consultancy, Geo en BIM

Hans Lammerts